Normale lettergrote
Grote lettergrote
Hoog kontrast
Normale kontrast
het oog >
onderdelen van het oog
Het hoornvlies
Het hoornvlies (de cornea) is het ronde doorzichtige voorste gedeelte van de oogbol. Door het hoornvlies valt het licht het oog binnen. Het hoornvlies is enigszins te vergelijken met de voorruit van een auto. Meestal hebben we niet eens door dat we tegen het hoornvlies aankijken. Veel mensen denken dat het oogwit (de sclera) meteen overgaat in het regenboogvlies (de iris), maar eigenlijk gaat het oogwit over in het hoornvlies dat zich nog vóór de iris bevindt (zie Figuur 2). Het hoornvlies bevat geen bloedvaten en is erg gevoelig voor pijn. De doorzichtigheid van het hoornvlies is van groot belang voor de functie van het oog. Bij verschillende oogaandoeningen wordt de cornea ondoorzichtig waardoor het zien slechter wordt.

De iris
De Nederlandse naam voor de iris is ‘het regenboogvlies’ (zie Figuur 3). De iris kan verschillende kleuren aannemen afhankelijk van de hoeveelheid pigment. Bruine irissen hebben veel pigment, blauwe irissen heel weinig. De iris zorgt ervoor dat de juiste hoeveelheid licht in het oog valt. Door kleine spiertjes in de iris samen te trekken of juist te ontspannen wordt de ronde opening in het midden van de iris (de pupil) kleiner of groter.


Figuur 3. De iris bevindt zich achter het hoornvlies; de variabele opening in het centrum van de iris vormt de pupil.

De pupil
De pupil is de opening in de iris waardoor het licht in het oog valt. In een normaal oog is een pupil zwart omdat er wel licht in een oog valt maar er geen licht uitkomt. Dit is vergelijkbaar met een klein raam als u dit van de straatkant bekijkt: het raam is donker omdat het daglicht er wel in schijnt maar er nauwelijks uitkomt.

De lens
Achter de iris bevindt zich de lens van het oog (zie Figuur 4). De lens zorgt dat het beeld scherp op het netvlies wordt geprojecteerd. De lens kan zich boller en vlakker maken (accommoderen). Om voorwerpen die zich dichtbij het oog bevinden scherp af te beelden wordt de lens boller, voor voorwerpen ver weg maakt de lens zich vlakker. Als met het ouder worden de lens stijver wordt, gaat het accommoderen steeds moeilijker. Op een gegeven moment kan de lens zich niet meer voldoende bol maken om voorwerpen dichtbij scherp in beeld te brengen. Als dat gebeurt, wordt een leesbril noodzakelijk.

Het oogwit
De buitenste laag van het oog noemen we het oogwit (de sclera) of de harde oogrok (zie Figuur 5). Dit is een stevige structuur die het oog tegen de buitenwereld beschermd.

Het bindvlies
Aan de voorzijde van het oog wordt het oogwit bekleed met bindvlies (de conjunctiva). Het vormt de verbinding tussen het oog en de oogleden (zie Figuur 6). Het bindvlies ligt op het oogwit (Figuur 6-1), loopt door in de omslagplooi (Figuur 6-2) om vervolgens de binnenzijde van de oogleden te bekleden (Figuur 6-3). Het slijmvlies is vrijwel doorzichtig en alleen de vaatjes van deze structuur zijn met het blote oog te zien.
Als de conjunctiva ontstoken raakt, bijvoorbeeld bij een allergie of bij een virusinfectie, dan zwellen de vaatjes van het bindvlies op en ontstaat een bloeddoorlopen oog (zie Figuur 7).


Figuur 6. De conjuctiva of het bindvlies bestaat uit drie in elkaar overlopende onderdelen. 1. de bulbaire conjunctiva die vast zit op de plaats waar de sclera overgaat in de cornea (de limbus). 2. de omslagplooi (de fornix). 3. de tarsale conjunctiva die de binnenzijde van de oogleden bekleedt.

Het netvlies
Aan de binnenzijde van het oog bevindt zich een lichtgevoelige laag die het netvlies (de retina) wordt genoemd (zie Figuur 8 en 9). In het centrum van het netvlies liggen de zintuigcellen het dichtst op elkaar gestapeld. Met dit gebied, dat we de gele vlek (macula lutea) noemen kunnen we het scherpst zien. Met dit gedeelte van het netvlies kunnen we bijvoorbeeld lezen en gezichten herkennen. Er bestaan grofweg twee typen lichtgevoelige zintuigcellen in het netvlies. Er bevinden zich ongeveer 125 miljoen staafjes in het oog, die vooral gebruikt worden om in donkere omstandigheden te kijken. Kegeltjes vormen de tweede groep zintuigcellen, er zijn er ongeveer 6-7 miljoen van. Kegeltjes werken het beste in daglicht en zijn nodig om scherp te kunnen kijken. Kegeltjes komen in drie varianten: rode, groene en blauwe. Met de combinaties van de drie verschillende soorten kegeltjes kan het oog alle kleuren in het zichtbare licht waarnemen.

De oogzenuw
De verzameling zenuwvezels die het elektrisch signaal van de zintuigcellen naar de hersenen versturen vormen samen de oogzenuw. Wanneer je in het oog kijkt, kun je het begin van de oogzenuw goed zien (zie Figuur 10). Dit gedeelte noemt men de papil. Omdat er geen zintuigcellen op de papil zitten, kun je er niet mee kijken; daarom wordt de papil ook wel de blinde vlek genoemd.


Figuur 10. Overzicht van de oogzenuw (papil); de centrale uitholling in de papil heet de excavatie. De bloedvaten die het netvlies van zuurstof en andere voedingstoffen voorzien komen uit de papil.

Vorige

Figuur 2. Het hoornvlies (de cornea) is een doorzichtige structuur grenzend aan het oogwit (de sclera).




















Figuur 4. De lens bevindt zich achter de iris in het voorste gedeelte van het oog (het voorsegment). Als de lens troebel wordt, wordt dit staar of cataract genoemd.



Figuur 5. Het oogwit (sclera) of de harde oogrok vormt de buitenste, stevige begrenzing van het oog. Aan de voorzijde van het oog gaat de sclera over in de cornea.


Figuur 7. De conjunctiva is vrijwel doorzichtig. Onder bepaalde omstandigheden kunnen de bloedvaten van de conjunctiva echter uitzetten: bij een allergie, een ontsteking (conjunctivitis) of het te lang dragen van contactlenzen.


Figuur 8. Het netvlies is vormt de binnenbekleding van de achterkant van de oogbol. Het bevat lichtgevoelige cellen en is enigszins te vergelijken met het filmpje van een ouderwetse analoge camera.


Figuur 9. Overzicht van het centrum van het netvlies zoals de oogarts het waarneemt wanneer hij/zij door de pupil kijkt. De oogzenuw (papil) is geel van kleur; de macula is het gedeelte van het netvlies dat het scherpste beeld produceert.